Waarom verdwijnen de klachten niet?
Deze tekst is gemaakt om je inzicht te geven in wat er gebeurt in de hersenen en het lichaam na een hersenschudding – en waarom de symptomen kunnen aanhouden. Deze kennis is een belangrijke eerste stap in je behandeltraject bij ons, omdat begrip het makkelijker maakt om met strategieën te werken die je helpen herstellen.
Korte samenvatting
Na een hersenschudding zijn de hersenen meestal zo goed als mogelijk hersteld na de eerste 4 weken. Als de symptomen daarna blijven bestaan, komt dit niet doordat er nog schade in de hersenen is, maar doordat het zenuwstelsel nog in een staat van paraatheid verkeert en daardoor sterker reageert op normale prikkels.
Dit kunnen bijvoorbeeld zijn: licht, geluid, activiteit, stress, slechte slaap of zorgen. De hersenen hebben dan een lagere tolerantie voor prikkels en gebruiken meer energie dan normaal.
Wat de symptomen in stand houdt, verschilt van persoon tot persoon en is vaak het resultaat van een samenspel tussen biologische, psychologische en sociale factoren. Als je deze factoren en hun invloed op het alarmsysteem van het lichaam begrijpt, ontstaan er meer mogelijkheden voor verlichting en minder beperkingen in het dagelijks leven.
Een diepgaander begrip van langdurige symptomen
Een belangrijk onderdeel van de behandeling is begrijpen wat er in het lichaam gebeurt. Wat we weten en denken over onze symptomen beïnvloedt hoe we erop reageren en ermee omgaan. Deze tekst geeft de basiskennis waarop de behandeling bij Hemi is gebaseerd.
Wanneer symptomen na een hersenschudding langer dan 4 weken aanhouden, komt dit zelden doordat de hersenen nog beschadigd zijn. De hersenen zijn meestal hersteld, maar de symptomen kunnen blijven bestaan omdat het zenuwstelsel nog extra gevoelig is en probeert je te beschermen.
Het lichaam heeft een ingebouwd alarmsysteem dat continu op de achtergrond werkt. Het houdt je gedachten, je lichaam en je omgeving in de gaten om ervoor te zorgen dat je veilig bent. Dit gebeurt automatisch – net als ademhalen en spijsvertering.
Het alarmsysteem probeert je te beschermen door je alert te maken op mogelijke gevaren. Dit kan via verschillende lichamelijke signalen zoals pijn, spanning, vermoeidheid, duizeligheid en misselijkheid.
Waarom reageert het zenuwstelsel zo sterk na een hersenschudding?
Na een hersenschudding hebben de hersenen minder energie beschikbaar. Daardoor kunnen dingen die vroeger makkelijk waren – zoals denken, concentreren, plannen of sociaal zijn – meer inspanning kosten.
Om je te beschermen kunnen de hersenen daarom duidelijke signalen geven die je aanzetten om het rustiger aan te doen en beter voor jezelf te zorgen.
Je kunt het vergelijken met een verstuikte enkel:
In het begin is de pijn logisch – die helpt je het gebied te beschermen. Maar als je de enkel overbelast of juist te voorzichtig bent, kan het herstel langer duren. De balans tussen rust en geleidelijke activiteit is belangrijk.
Iets soortgelijks gebeurt in de hersenen:
Het zenuwstelsel blijft sterker reageren dan nodig is, zelfs wanneer de hersenen al hersteld zijn.
De beschermingsreactie van de hersenen kan worden geactiveerd door alledaagse prikkels zoals:
- Licht van schermen of zonlicht
- Geluiden
- Fysieke of mentale stress
- Slechte slaap
- Zorgen of piekeren
- Activiteiten die vroeger geen probleem waren
vroeger veel informatie zonder problemen konden verwerken, kunnen nu zelfs kleine dingen overweldigend aanvoelen.
Eenvoudig gezegd kun je het zien als een “kleine hapering in de plaat”. Het zenuwstelsel probeert je te beschermen, maar interpreteert onschuldige prikkels als iets waar op gereageerd moet worden. Dit is een overbeschermende – maar heel normale – reactie na een hersenschudding.
Wat kan de verhoogde gevoeligheid van het lichaam in stand houden?
Er is geen eenduidig antwoord. Iedereen is anders, en dus verschilt ook wat de symptomen beïnvloedt. Onderzoek laat zien dat langdurige symptomen vaak ontstaan door een combinatie van biologische, psychologische en sociale factoren.
Biologische factoren
- Slaapkwaliteit
- Activiteitsniveau
- Voeding en levensstijl
- Algemene gezondheid en immuunsysteem
- Eerdere blessures of ziekten
Psychologische factoren
- Stress in het dagelijks leven
- Eerdere ervaringen of belastingen
- Zorgen over de symptomen
- Gedachten zoals: "Wat als het nooit overgaat?”
- Gevoelens zoals angst, frustratie en spanning
Sociale factoren
- Te veel steun of juist gebrek aan steun van familie, vrienden of collega’s
- Werkomstandigheden en eisen
- Sociale verwachtingen
- Het gevoel niet begrepen of serieus genomen te worden
- Uitdagingen in het vrijetijdsleven
Je kunt je symptomen zien als een puzzel, waarbij elk stukje iets belangrijks vertegenwoordigt:
- De geschiedenis van je lichaam
- Je eerdere ervaringen
- Je gedachten en gevoelens
- Je slaap
- Je activiteitsniveau
- Je werk en sociale leven
- Je algemene welzijn
Het kan lijken alsof er veel stukjes zijn, maar dat is juist geen slechte zaak. Wanneer er meerdere factoren meespelen, zijn er namelijk ook meerdere mogelijkheden om verbetering te creëren.
Dit is niet iets wat je alleen hoeft te overzien – dit is precies waar we samen aan werken, en we ondersteunen je nauw gedurende het proces.